Bakstenen en daar voorbij: over de herbestemming van kerken
- kimberly wouters

- 29 jul
- 5 minuten om te lezen
Waarom blijven sommige gebouwen betekenis dragen, zelfs wanneer hun oorspronkelijke functie wegvalt? Het antwoord ligt denk ik niet in de stenen zelf. Het ligt in de relatie die mensen met een plek opbouwen in de manier waarop ruimte en gemeenschap elkaar blijven vormen, lang nadat de oorspronkelijke aanleiding is vervaagd.

Kerken zijn daarvan misschien wel het meest sprekende voorbeeld. In West-Europa staan er, door een dalend kerkbezoek en secularisering, steeds meer leeg of onderbenut. Toch verdwijnen kerken zelden zomaar uit het collectieve bewustzijn van een buurt. Om te begrijpen waarom, ben ik op zoek gegaan in mijn eigen leefwereld naar een kerk die ik van dichtbij ken, en die exemplarisch is voor hoe architectuur en gemeenschap met elkaar verweven raken.
Een kerk gebouwd op solidariteit: Sint-Albertus in Zwartberg
De Sint-Albertuskerk in Zwartberg, Limburg, staat middenin het industriële mijnverleden van Midden-Limburg. Ze werd gebouwd in opdracht van mijngemeenschappen om te voorzien in de religieuze noden van initieel een overwegend katholieke bevolking van mijnwerkers. De kerk was van meet af aan een symbool van welzijn en volharding: een plek die evenveel over onderlinge zorg ging als over geloof.


Die dubbele betekenis is nog steeds afleesbaar in de architectuur. Het donkere, robuuste baksteenmetselwerk en de aaneengeschakelde volumes,het schip, de toren met doopkapel, de pastorie met conciërgewoning ademen de grandeur van een gebouw met een publieke, bijna institutionele rol. Wie binnenstapt, merkt echter een heel andere sfeer: sierlijke keramische vloertegels en glas-in-loodramen creëren een ingetogen, bijna stille ruimte. Die neutrale, serene binnenkant nodigt uit tot inkeer, in schril contrast met de imponerende buitenkant. Het is precies dat samenspel: een gebouw dat naar buiten toe status en identiteit uitstraalt, maar naar binnen toe rust en reflectie biedt dat een kerk zoveel meer maakt dan een religieus gebouw alleen.

Wat de Sint-Albertuskerk bovendien bijzonder maakt, is haar ligging. Ze bevindt zich in het hart van Zwartberg, tussen verschillende buurten in, en fungeert zo als een ontmoetingsplek tussen uiteenlopende gemeenschappen, niet toevallig op wandelafstand van de Turkse en Italiaanse gemeenschapskerken. Ondanks technische uitdagingen door de jaren heen, zoals dakvervanging en torenrenovaties, blijft ze overeind als een symbool van veerkracht en gemeenschapszin. De architectuur op zich verklaart dat niet volledig; het is de aanhoudende relatie tussen het gebouw en de mensen eromheen die het overeind houdt.
Twee kerken, twee gemeenschappen, één architect
Die relatie tussen ruimte en gemeenschap wordt nog duidelijker wanneer je de Sint-Albertuskerk vergelijkt met een andere kerk van dezelfde architect, H. Lacoste: de Sint-Theodarduskerk in Beringen-Mijn. Op het eerste gezicht lijken de twee kerken sterk op elkaar. Beide zijn imposante bakstenen constructies met hoge spitsboogramen en glas-in-lood. Maar wie beter kijkt, ziet dat elk gebouw is afgestemd op de gemeenschap die het moest dienen en dat die afstemming allesbepalend is voor hoe een kerk vandaag nog functioneert.
De Sint-Albertuskerk ligt centraal tussen verschillende buurten, met overwegend Italiaanse, Turkse gemeenschappen en voormalige Sovjet-immigranten. Haar rol is die van een verbindend middelpunt tussen uiteenlopende groepen, en dat vertaalt zich in een bescheiden, ingetogen baksteenarchitectuur die neutraliteit uitstraalt: een gebouw dat niemand uitsluit doordat het zich nergens nadrukkelijk mee identificeert.
De Sint-Theodarduskerk daarentegen staat middenin een veel specifiekere gemeenschap, hoofdzakelijk bestaand uit Turkse en Noord-Afrikaanse immigranten. Haar Byzantijnse stijl, met parochiecomplexen en galerijen, roept net wél een gevoel van herkenning en vertrouwdheid op bij die specifieke gemeenschap. Die aanpak werkt aantoonbaar: tijdens de jaarlijkse septemberfeesten rond de mijnwerkerstraditie worden er activiteiten georganiseerd in en rond de kerk, gedragen door zowel de christelijke als de islamitische gemeenschap, én door niet-gelovigen.
Deze twee kerken tonen aan dat architectuur niet alleen fysieke ruimte vormgeeft, maar evengoed sociale en culturele betekenis draagt die zich telkens opnieuw aanpast aan de specifieke context van een gemeenschap. Om de unieke identiteit en rol van elke kerk binnen haar omgeving echt te begrijpen, moet je dus verder kijken dan de bakstenen: je moet de wisselwerking tussen architectuur en de sociaal-culturele werkelijkheid van de buurt doorgronden.

Religieus erfgoed op een kruispunt
Deze twee cases illustreren een spanning die veel breder speelt, en die centraal stond tijdens de masterclass over de herbestemming van religieus erfgoed die ik volgde op 7 en 8 maart 2024. Religieus erfgoed bevindt zich vandaag op een kruispunt: het worstelt met verschuivende sociale dynamieken en veranderende stedelijke landschappen. Experts bespraken hoe religieuze gebouwen ooit een dominante rol speelden in de stedelijke context, torenend boven de rest van de stadsweefsel en welke relevantie die rol vandaag nog heeft.
Een centraal thema was de veranderende maatschappelijke functie van religieuze gebouwen, nu onze identiteiten steeds vloeibaarder worden en kwetsbaarheid belangrijker wordt dan zekerheid. Kerken worden aangespoord om ruimte te creëren voor menselijke verbinding die verder reikt dan het rituele, in lijn met de kernwaarden van geloof zelf, en met hun oorspronkelijke functie van zorg voor de mens. Dialoog komt zo centraal te staan, in plaats van autoriteit.
Dat betekent dat de rol van religieuze gebouwen in het vormgeven van de stedelijke sociale omgeving vandaag niet langer draait om het domineren van een buurt of het uitsluiten van wie er niet bij hoort, maar om gemeenschapsbetrokkenheid en inclusieve ruimtes. Projecten zoals het multireligieuze huis in Bern tonen aan hoe religieus erfgoed relevant kan blijven wanneer het zich daarnaar herdenkt. De sprekers benadrukten het belang van adaptieve strategieën om de vitaliteit van religieus erfgoed te waarborgen in diverse stedelijke landschappen. Door secularisatie te omarmen en inclusiviteit te bevorderen, kunnen religieuze instellingen bijdragen aan het welzijn van gemeenschappen en aan sociale cohesie en zo hun onvervangbare culturele waarde behouden voor de toekomst, terwijl ze hun ruimtelijke ankerfunctie blijven vervullen.
Terug naar de kern: mens, ruimte, gemeenschap
Als ik terugdenk aan de vraag waarmee ik begon: waarom blijven gebouwen betekenis dragen wanneer hun functie verdwijnt, dan is het antwoord dat de Sint-Albertuskerk en de Sint-Theodarduskerk me geven eigenlijk heel eenvoudig. Het zijn niet de bakstenen die een gebouw laten voortleven. Het is de gemeenschap die zich er iedere generatie opnieuw toe verhoudt, die er betekenis aan blijft toekennen, ook wanneer de oorspronkelijke reden van bestaan (het geloof, de mijnindustrie, de parochie) naar de achtergrond verdwijnt.
Dat is precies waarom ik als architect liever vertrek vanuit die relatie tussen mens, ruimte en gemeenschap, dan vanuit het gebouw als geïsoleerd object. Een kerk is nooit zomaar architectuur. Ze is een verdichting van collectieve herinnering, van solidariteit, van identiteit en net daarom blijft ze relevant, ook wanneer haar altaar leeg blijft staan. De toekomst van religieus erfgoed ligt dan ook niet louter in het behoud van stenen om de stenen zelf, maar in het blijven voeden van die relatie: ruimte maken voor de mensen die er vandaag nog steeds betekenis aan geven, en voor wie dat morgen zal doen.
~Ar. Kimberly Wouters
Het oorspronkelijk blogverhaal werd gepubliceerd in 2024. Dit is een herpublicatie van de herschreven versie.
De masterclass werd georganiseerd door het Future of Religious Heritage-initiatief en de Universiteit van Bologna, met steun van de Europese Unie.




Opmerkingen