
Zoekresultaten
Search this site
20 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht
- De Kracht van Beeld: Tussen Werkelijkheid en Verbeelding
Als architect werk ik dagelijks met beelden. Ze helpen mij bij het maken van ontwerpkeuzes en bij het selecteren van materialen. Maar een beeld is meer dan enkel een visueel hulpmiddel— het is een ruimtelijke taal, een actor. Een beeld vanuit een bepaald perspectief kan vormen hoe we ruimte ervaren en betekenis geven aan onze omgeving. Het is dan ook van belang om te begrijpen hoe beelden precies werken om ze te kunnen maken en te kunnen inzetten. This is not real. De Driehoek van Beeldvorming De manier waarop een beeld wordt samengesteld, overstijgt esthetiek en het commerciële aspect. Het is een gedragssturend dynamisch spel tussen waarneming, interpretatie en creatie. Elk beeld beweegt zich binnen een continu spanningsveld van drie elementen: - De waarneming: wat onze ogen daadwerkelijk registreren. - Het mentale beeld: hoe we dit waarnemen en interpreteren. - Het tegenbeeld: de manier waarop we de werkelijkheid hercreëren. Zelfs een simpele foto is geen objectieve weergave van de realiteit, maar een interpretatie, een extractie van een moment dat nooit volledig de waarheid kan omvatten. In een wereld waarin we via sociale media in een digitale metaverse leven, ervaren we deze vervreemding voortdurend. Wat we zien, is niet langer een ruwe weergave van de werkelijkheid, maar een gecureerde, gefilterde reconstructie ervan. De (On)bewuste Vervorming van de Realiteit Net zoals de schildertechniek sfumato in de Renaissance contouren en kleuren verzachtte om een suggestief, dromerig effect te creëren, vervormen moderne digitale bewerkingen onze waarneming van wat echt is. De mens is inherent imperfect, maar streeft naar perfectie. Dit spanningsveld is niet nieuw. Shakespeare verwoordde het al in Hamlet: “God hath given you one face, and you make yourselves another.” Instagram-filters en Photoshop laten ons geloven in een perfecte realiteit waarin imperfecties worden weggevaagd, waarin het 'authentieke' steeds meer een constructie wordt. We herscheppen de werkelijkheid, verbergen ruwe randjes en kneden een wereld naar ons verlangen. Maar is dit een poging om de werkelijkheid te manipuleren of juist om haar te herscheppen? Hierin schuilt ook een fundamenteel verschil tussen bijvoorbeeld een collage en Photoshop: de ene is een bewuste, artistieke herinterpretatie, terwijl de andere soms een moreel discutabele poging is om een alternatieve waarheid te construeren. topos: de foto als goddelijke kunst Een goed beeld maakt het afwezige aanwezig. Dit concept sluit aan bij het klassieke idee van topos: de gemeenschappelijke ruimte waarin kunst een bijna goddelijke kracht krijgt om iets voelbaar te maken dat fysiek nog niet bestaat. Architectuur an sich en kunst delen deze eigenschap. Ze transformeren een abstract idee tot een tastbare ervaring. Een tekening, een visualisatie of een collage is geen loutere weergave van een toekomstig gebouw; het is een belofte, een inkijk in een nog te verwezenlijken wereld. Net zoals een schilderij meer is dan verf op doek, is een architecturale weergave meer dan een technische illustratie—het is een vertaling van visie en emotie. Creativiteit vs. Manipulatie: Een Ethische Vraag Wanneer is een beeld een creatieve interpretatie, en wanneer wordt het misleiding? In architectuur is dit een delicate kwestie. Een render kan een ruimte laten voelen als een zonovergoten, harmonieuze omgeving, terwijl het uiteindelijke gebouw door regelgeving, budget of praktische overwegingen heel anders aanvoelt. De kracht en het gevaar van beeldvorming liggen in deze manipulaties. Beeld als Architecturale Taal Als architect gebruik ik beelden niet (alleen) om ontwerpen te tonen, maar om verhalen te vertellen, om sferen op te roepen en om betekenis te geven aan ruimte. Beeld is een taal op zich, een brug in het bewustzijn tussen de wereld zoals we die kennen en de wereld zoals we die dromen. En misschien ligt daarin wel de ware magie: in de spanning tussen realiteit en verbeelding, tussen imperfectie en ons verlangen naar perfectie. Wat we zien, wat we denken en wat we creëren vormen samen een eindeloze dialoog—een spel waarin architectuur niet enkel gaat over bouwen, maar vooral over betekenis geven aan onze omgeving. ~Ar. K imberly Wouters Deze blogpost is grotendeels gebaseerd op een eigen interpretatie van het boek: "Instagrammable: What Art Tells Us about Social Media" van Koenraad Jonckheere (2024). > zeker een mustread ! De collage is een samenstelling van een eigen architectuurvisualisatie en beelden genomen tijdens de expo in MoMu Antwerpen: Maskerade, make-up & Ensor
- Pre-modernistische saneringscyclus: Le Grand- Hornu
Als kind van het mijnlandschap van Beringen-Mijn, ben ik altijd gefascineerd geweest door de site 'Le Grand-Hornu'. Dit historische industriële mijncomplex in de Borinage, ten zuidwesten van Bergen, prijkt sinds 2012 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Wat Le Grand-Hornu zo bijzonder maakt, is niet alleen de overlevering van de historische mijngebouwen, maar ook de vooruitstrevende visie van Henri De Gorge. Zijn paternalistische aanpak van de werk-privé verhouding transformeerde de site tot een vroeg meesterwerk van functionele stedenbouw in de 19e eeuw. Bouwen: mijnwerkers' offer voor gezondheid aan de klassieke kapitalistische tempel De Gorge ging verder dan alleen het bouwen van werkplaatsen, kantoren en zijn eigen woning. Hij ontwierp een complete stadswijk incl. levenswijze voor zijn arbeiders, met als doel hen aan de compagnie te binden. In het begin van de 19e eeuw werkten vooral boeren seizoensgebonden in de mijnen, wat het voor De Gorge lastig maakte om vaste werknemers te vinden. Om dit probleem op te lossen, creëerde hij een bijna utopische omgeving waarin hij inspeelde op de levensomstandigheden van de mensen. Vaak sliep de hele familie in één kamer zonder enig comfort of sanitaire voorzieningen. De Gorge bouwde stenen woningen met vooruitstrevend leefcomfort. Kinderarbeid vanaf 6 jaar was in de negentiende eeuw bijna een must. De gorge bouwde een jongens- en meisjesschool en voerde verplichte scholing in tot de leeftijd van 12 jaar. De site bood ook voorzieningen zoals een ziekenhuis, kiosk, feestzaal en een park. Zo schiep De Gorge een eiland van betere levensomstandigheden dat mensen aantrok. De keerzijde was dat De Gorge streng toezicht hield op zijn werknemers: hij controleerde hun leven op dictatoriale wijze. Zijn paternalistische visie uitte zich in een doelmatige inplanting van deze functies met de woningen rond het hart van de site met de werkplaats. Wanneer we de stedenbouwkundige inplanting ontleden zien we een duidelijk functioneel en formeel geheel in modernistische zin. De werkplaats zelf wordt gekenmerkt door de cour centrale: een ovale binnenplaats omringd door de arcade-ateliers, de machinezaal en het ingenieursgebouw in neoklassieke stijl. Iedereen ziet alles, alles wordt gezien: panopticum style- een welgekend concept voor gevangenissen. Maak ik hier een parallel tussen een gevangenis en de werkzone van Le Grand Hornu? Vanuit een 21ste eeuws Westers perspectief: ja. De nodige nuance moet uiteraard gemaakt worden. De Gorge had gedeeltelijk de beste bedoelingen. Naïef genoeg geloof ik wel dat hij oprecht sociale vooruitgang wenste. Realistisch genoeg was hij ook gedreven door de één van de grootste drijfveren van de geïndustrialiseerde wereld: geld. Money makes the world go round. Efficiëntie, het verhogen van de productiviteit zullen zeker hoog op de agenda hebben gestaan, en heeft hij volgens de overlevering ook bereikt. NeoKlassieken: Scavenger, Shepard, Slave De belangrijkste getuigenis van zijn succes is het kasteel dat hij liet bouwen. Aan het ingenieursgebouw bevindt zich het kasteel van De Gorge, terwijl aan de andere kant de cité met arbeiderswoningen ligt. Wederom een ruimtelijke vertaling van zijn paternalistische ideologie met een strikte hiërarchie. Zijn kasteel is vrij opulent in vergelijking met de arbeiderswoningen. De bakstenen huizen waren, op de hoekwoningen na, allemaal identiek. De hoekwoningen waren bestemd voor de opzichters- de porions- die zowel in de mijn als in de wijk toezicht hielden. Elk huis beschikte over eigen sanitaire voorzieningen, had twee kamers op het gelijkvloers en drie op de bovenverdieping, en de bewoners deelden een bakoven per tweewoonst. De huizenrijen werden van elkaar gescheiden door een 12 meter brede laan, geïnspireerd op het Haussmannplan. Deze brede straat en de eigen sanitaire voorzieningen waren vernieuwend en lijkt de voorloper voor wat later het "lucht, licht en gezondheid"-credo van het modernisme zou worden. De modernistische kiem komt niet alleen tot uiting in de arbeiderswoningen. je kunt ook een vorm van pre-modernisme herkennen in de werkhallen. De arcade-ateliers bijvoorbeeld verwijzen duidelijk naar de klassieke architectuur van de oude Grieken en Romeinen, met de rondbogen en klassieke opbouw. Toch is er een moderne twist die breekt met de natuurlijke bouwkrachten: vorm wordt hier bewust gecreëerd. Hoewel de cour centrale gevormd door deze arcade op het eerste gezicht symmetrisch lijkt, onthult een nadere blik de aanwezigheid van vier onderscheiden kwadranten. Is dit authentiek, of een herinterpretatie? Hier lijkt vorm vernietigd te worden door de creatie van objectivering, wat het tot een postmodern artefact avant la lettre maakt. Hoewel mijnbouw in wezen zware en vaak gevaarlijke fysieke arbeid was, kan het gebruik van de neoklassieke stijl ook worden gezien als een poging om deze arbeid te verheffen en te verheerlijken. Door mijngebouwen te ontwerpen als imposante, klassieke tempels van industrie, werd het werk in de mijnen bijna verheven tot een nobele activiteit, passend bij de grootsheid van klassieke beschavingen. De neoklassieke stijl werd ook geassocieerd met de Verlichting en het geloof in de kracht van rede en vooruitgang. Door mijngebouwen in deze stijl te ontwerpen, werd een verband gelegd tussen industriële vooruitgang (mijnbouw) en de rationele, verlichte idealen die de basis zouden vormen voor een betere toekomst. Coming full circle: die betere toekomst lag in het verheerlijkt werk en moderne stenen huizen aan de andere kant van de site. Zoals alle mijnsites sloot Le Grand-Hornu. Na verval, redding door liefebbers biedt Le Grand- Hornu nu een interessante mix van archeologie, authentieke neoklassieke architectuur en een hybride hedendaagse architectuur onder het mom van adaptive re-use. Deze herbestemming activeert de site op een manier die het verleden overstijgt en dicht bij onze menselijkheid komt: cultuur. Dit komt tot uiting in het CID (Centrum voor Innovatie en Design) en het MACS (Museum voor Hedendaagse Kunsten). Is Cultuur het nieuwe saneringsstreven om de werkende bevolking te binden aan een kapitalistisch model? Time will tell... Maar één ding is zeker: de geschiedenis is cyclisch. ~Ar. K imberly Wouters *De twee collages zijn samengesteld uit eigen beeldmateriaal na een bezoek aan de site in augustus 2024.
- Analoge Ruis : het Volks Paleis
De openbare bibliotheek is de plek waar ik als kind elke zaterdag kwam om verhalen uit te kiezen. De hele week vertoefde ik in een fantasiewereld, uitkijkend naar het volgende bezoekje aan de bib. De bib is ook de plek waar ik voor het eerst een computer gebruikte, schuilde voor de regen terwijl ik wachtte op de bus naar huis, buffalowormen en krekels proefde, en een workshop mocktails volgde. Niet wat je zou verwachten, toch? De bib als sociaal centrum is echter geen nieuw concept: Andrew Carnegie, invloedrijke Amerikaanse industrieel van de late 19e en vroege 20e eeuw en filantroop, geloofde in de kracht van openbare bibliotheken. Specifiek om educatieve kansen te bieden aan zij die anders niet in de mogelijkheid zouden zijn om bepaalde kennis te vergaren. Zijn bijdrage aan de bouw van talloze openbare bibliotheken, vooral in de Verenigde Staten van Amerika, heeft een significante bijdrage geleverd aan het algemene niveau van geletterdheid en onderwijs in de hele Westerse wereld. Hij doorbrak grenzen door niet alleen mannen, maar ook vrouwen en zelfs kinderen ruimte te geven voor kennisontwikkeling. Dit vertaalt zich zeker ook in de architectuur. De meeste bibliotheken waren gericht op een praktisch ruimte-efficiënt ontwerp en op toegankelijkheid. Iedereen, ongeacht sociale klasse of leeftijd, was en is nog steeds welkom. Grote leeszalen waar de collectie niet afgescheiden is, zalen voor educatieve programma's met auditoria, en de veelgebruikte gemeenschapsruimtes voor bijeenkomsten van bijvoorbeeld vrouwenclubs, dragen bij aan dat openbare karakter. Het creëert ruimte voor gemeenschapsbetrokkenheid. Een kritische noot is dat de bibliotheken vaak uitsluitend bereikbaar waren na het bestijgen van een trap. Vanuit het concept 'thirteen steps of knowledge' zouden de mensen die echt ambitieurs zijn en nut vinden in de bib de trappen wel bestijgen. De mensen voor wie het te veel was om de trappen te doen zouden de kennis niet waardig zijn. Weliswaar sluitte deze trappen de mensen uit die wel wilden, maar fysiek niet in staat waren om de trappen te doen zoals ouderen. Bittersweet filantropie: enkel beschikbaar voor productieve mensen die zouden bijdragen aan de maatschappij en konden meespelen in het kapitalistisch spel dat Carnegie's verhaal van rags to riches had getekend. Niet iedereen kreeg de nodige funding van Carnegie. Gemeenschappen moesten een aanvraag vervolledigen (in een tijd van grote ongeletterdheid geen simpele opgave), en hun plannen voorleggen. De plannen moesten immers voldoen aan een pamflet dat Carnegie en zijn partners hadden opgesteld tussen 1903 en 1911 na consultatie met topbibliothecarissen en bouwkundigen. Dit pamflet "Notes on the Erection of Library Buildings" gaf 5-6 scenario's voor de planmatige lay-out van de bib met aanbevelingen gebaseerd op de grootte van het gebouw en het perceel. Het pamflet benadrukte ook het aanpassingsvermogen voor toekomstige uitbreiding langs de noordelijke façade die zo sober en raamloos mogelijk moest blijven. Dit bleek een goede calculatie te zijn gezien veel van de bibliotheken doorheen de tijd samen met de collectie zijn uitgebreid. Om een blijvende impact te hebben, zijn deze bibliotheken bovendien vaak ontworpen en opgetrokken met duurzame materialen en constructiemethoden. "Notes on the Erection of Library Buildings" is dus zeker vandaag nog steeds relevant. Doorheen de jaren, met de ontwikkeling van een basiseducatie en de opkomst van het internet, is de focus op pure kennisvergaring verschoven. Het gebruik van de bib is geëvolueerd van inspanning naar ontspanning en interactie. Denk bijvoorbeeld aan de vaste bezoeker die elke ochtend zijn krant komt lezen, gepensioneerden op zoek naar een babbeltje in de koffiehoek, en ook de meer georganiseerde boekclub... Deze gedeelde ervaring geeft aanleiding tot dialoog. Door plaats te geven aan dat dialoog, positioneert een bibliotheek zich in het hart van onze digitale maatschappij als sociale infrastructuur en veerkrachtig centrum. In essentie overstijgen bibliotheken hun fysieke aanwezigheid. Ze bieden troost, gezelschap en een toevluchtsoord voor digitale ruis. Broodnodig in een maatschappij waar de eenzaamheid groeit en mensen steeds meer geïsoleerd raken in hun eigen metaverse. Een goed voorbeeld van een 'moderne' bibliotheek waar aandacht is besteed aan een centraal forum, is de bibliotheek van Beringen. Een bibliotheek met een cirkelvormig grondplan waar centraal een grote vide plaats creëert voor allerhande activiteiten. Rond deze vide liggen op het gelijkvloers diverse functies zoals een leeszaal, koffiehoek, uitleenbalies, maar ook een computerhoek en de kinderhoek. Op de verdiepingen wisselen rekken met avonturen en intieme leeshoekjes elkaar af. De recente uitbreiding met de polyvalente zaal, het leesterras en initiatieven zoals workshops, plantenbieb... maken van deze bib echt een levend hart van de Beringse gemeenschap. Deze investering was het waard, en zeker na het weghalen van lokale wijkbibliotheken door besparingen. Maar dat is een verhaal voor een andere keer. In conclusie staat de openbare bibliotheek symbool voor een veilige, open en gratis publieke plaats waar kinderherinneringen samenkomen met volwassen behoeften. Van de eerste ontmoetingen met verhalen tot het schuilen voor de regen en het eten van krekels, de bibliotheek overstijgt haar fysieke ruimte om een baken van gemeenschapsbetrokkenheid en kennisverspreiding te worden. Geïnspireerd door visionaire inspanningen van figuren zoals Andrew Carnegie, hebben bibliotheken zich ontwikkeld tot centra van sociaal contact die dynamisch inspelen op de veranderende behoeften van de samenleving. Tegelijk blijven principes van inclusiviteit en zelfs duurzaamheid deel van hun kernidentiteit. In het digitale tijdperk blijft de bibliotheek een essentieel tegengif tegen de groeiende eenzaamheid, een oase te midden van de chaos van de virtuele wereld. Door doordacht ontwerp en innovatieve programmering belichamen bibliotheken zoals die in Beringen de blijvende relevantie van deze culturele instellingen, als drijfveren voor gemeenschapscohesie en veerkracht. Terwijl we terugblikken op het verleden en naar de toekomst kijken, blijft één ding duidelijk: de bibliotheek blijft ons collectieve verhaal vormgeven, en biedt een toevluchtsoord waar analoge en digitale werelden samenkomen. Het is de plaats waar de geest van verkenning en verbinding gedijt. ~ K imberly Wouters, Architect. *Angstige Krekelgeluiden* Bron over Carnegie's bibliotheken: CAPPS,K., How Andrew Carnegie Built the Architecture of American Literacy , internet, 28 oktober 2014, (17 maart 2024), https://www.bloomberg.com/news/articles/2014-10-28/how-andrew-carnegie-built-the-architecture-of-american-literacy . Link naar de Bibliotheek van Beringen : Startpagina | Bibliotheek Beringen Fragmenten over en uit het pamflet " Notes on the Erection of Library Buildings":
- 250 Wijsheden der architectuur
Als architect moet je van veel markten thuis zijn. Zo ken je best de thermische eigenschappen van glas, op welke bouwpremies de bouwheer recht heeft maar ook hoe mensen graag in een stoel zitten, hun keuken gebruiken en hoe ver een fluistering kan reiken. Er bestaan geen vaste lijsten met architectenwijsheden die bepalen met welke kennis je de titel architect waardig bent, al heeft Michael David Sorkin (2 augustus 1948 – 26 maart 2020) toch een poging gedaan. Sorkin was een Amerikaanse architectuur- en stadscriticus, ontwerper en docent en werd beschouwd als een van de meest uitgesproken publieke intellectuelen in de architectuur, een polemische stem in de hedendaagse cultuur en het ontwerp van stedelijke ruimtes aan het begin van de eenentwintigste eeuw. In zijn boek "What Goes Up" beschreef Sorkin 250 dingen die een architect zou moeten weten. Ik moet toegeven dat ik zelf zeker nog niet alles op dit lijstje ken of heb ervaren. Toch is het plezierig om deze lijst af en toe door te nemen en mijn kennis en positie hierin te evalueren . Hoe goed scoor jij op deze lijst met 250 architectenwijsheden? 1. Het gevoel van koel marmer onder blote voeten. 2. Hoe te leven in een kleine kamer met vijf vreemden gedurende zes maanden. 3. Met dezelfde vreemden in een reddingsboot voor een week. 4. De modulus van breuk. 5. De afstand die een schreeuw draagt in de stad. 6. De afstand van een fluistering. 7. Alles wat mogelijk is over de tempel van Hatsjepsoet (probeer het niet als "modernistisch" avant la lettre te zien). 8. Het aantal mensen in sociale huurwoningen in Brussel. 9. In jouw stad . 10. Het bloeiseizoen van azalea's. 11. De isolerende eigenschappen van glas. 12. De geschiedenis van de productie en het gebruik ervan. 13. En de betekenis ervan. 14. Hoe bakstenen te leggen. 15. Wat Victor Hugo echt bedoelde met "dit zal dat doden". 16. De snelheid waarmee de zeeën stijgen. 17. Bouwinformatie modellering (BIM). 18. Hoe een Rapidograph te ontstoppen. 19. De Gini-coëfficiënt. 20. Een comfortabele verhouding tussen trede en opstand voor een zesjarige. 21. In een rolstoel. 22. De energie die in aluminium is belichaamd. 23. Hoe een hoek om te slaan. 24. Hoe een hoek te ontwerpen. 25. Hoe in een hoek te zitten. 26. Hoe Antoni Gaudí de Sagrada Família modelleerde en de structuur berekende. 27. Het proportiesysteem voor de Villa Rotonda. 28. De snelheid waarmee dat tapijt dat je hebt gespecificeerd verslijt. 29. De relevante secties van de Codex van Hammurabi. 30. De trekpatronen van zangers en andere seizoensreizigers. 31. De basis van modderconstructie. 32. De richting van de heersende winden. 33. Hydrologie is bestemming. 34. Jane Jacobs in en uit. 35. Iets over Feng Shui. 36. Iets over Vastu Shilpa. 37. Elementaire ergonomie. 38. Het kleurenwiel. 39. Wat de klant wil. 40. Wat de klant denkt te willen. 41. Wat de klant nodig heeft. 42. Wat de klant zich kan veroorloven. 43. Wat de planeet zich kan veroorloven. 44. De theoretische bases voor moderniteit en veel over zijn facties en invloeden. 45. Wat post-Fordisme betekent voor de productiemethode van gebouwen. 46. Een andere taal. 47. Wat de baksteen echt wil. 48. Het verschil tussen de Winchester Cathedral en een fietsenstalling. 49. Wat er misging in Fatehpur Sikri. 50. Wat er misging in Pruitt-Igoe. 51. Wat er misging met de Tacoma Narrows Bridge. 52. Waar de CCTV-camera's zijn. 53. Waarom Mies echt Duitsland verliet. 54. Hoe mensen leefden in Catal Huyuk. 55. De structurele eigenschappen van tufsteen. 56. Hoe de afmetingen van een brise-soleil te berekenen. 57. De kilowattkosten van fotovoltaïsche cellen. 58. Vitruvius. 59. Walter Benjamin. 60. Marshall Berman. 61. De geheimen van het succes van Robert Moses. 62. Hoe de koepel op de Duomo in Florence werd gebouwd. 63. De wederzijdse invloeden van Chinese en Japanse gebouwen. 64. De cyclus van het Ise-schrijn. 65. Entasis. 66. De geschiedenis van Soweto. 67. Hoe het is om over Las Ramblas te lopen. 68. Back-up. 69. De juiste verhoudingen van een gin martini - een piña colada 70. Schuif- en buigmoment. 71. Shakespeare, enzovoort. 72. Hoe de kraai vliegt. 73. Het verschil tussen een getto en een buurt. 74. Hoe de piramides werden gebouwd. 75. Waarom. 76. De geneugten van de voorsteden. 77. De gruwelen. 78. De kwaliteit van licht dat door ijs passeert. 79. De zinloosheid van grenzen. 80. De redenen voor hun hardnekkigheid. 81. De creativiteit van het ecoton. 82. De noodzaak van buitenbeentjes. 83. Ongelukken moeten gebeuren. 84. Het is mogelijk om overal te beginnen met ontwerpen. 85. De geur van beton na regen. 86. De hoek van de zon tijdens de equinox. 87. Hoe je moet fietsen. 88. De diepte van de aquifer onder je. 89. De helling van een gehandicaptenoprit. 90. Het loon van bouwvakkers. 91. Perspectief met de hand. 92. Zinsstructuur. 93. Het genoegen van een spritz bij zonsondergang aan een tafel bij het Canal Grande. 94. De sensatie van de rit. 95. Waar materialen vandaan komen. 96. Hoe je kunt verdwalen. 97. Het patroon van kunstlicht 's nachts, gezien vanuit de ruimte. 98. Welke menselijke verschillen verdedigbaar zijn in de praktijk. 99. Scheppen is een geduldig zoeken. 100. Het debat tussen Otto Wagner en Camillo Sitte. 101. De redenen voor de splitsing tussen architectuur en techniek. 102. Veel ideeën over wat utopie vormt. 103. De sociale en formele organisatie van de dorpen van de Dogon. 104. Brutalisme, Bowellisme en de Barok. 105. Hoe te dérive. 106. Veiligheid in de timmerwerkplaats. 107. Veel over de gotiek. 108. De architectonische impact van kolonialisme op de steden van Noord-Afrika. 109. Een afkeer van imperialisme. 110. De geschiedenis van Peking. 111. Nederlandse woonarchitectuur in de zeventiende eeuw. 112. Aristoteles' Politica. 113. Zijn Poëtica. 114. De basis van vlechtwerk en leem. 115. De oorsprong van het ballonkader. 116. De snelheid waarmee koper zijn patina krijgt. 117. De niveaus van deeltjes in de lucht van Tianjin. 118. Het vermogen van witte dennenbomen om koolstof vast te leggen. 119. Waar anders je het kunt onderbrengen. 120. De brandcode. 121. De seismische code. 122. De gezondheidscode. 123. De Romantiek, door de kunsten en filosofie heen. 124. Hoe goed te luisteren. 125. Dat er een groot gevaar is in het werken in een enkel medium: de verstopping waarvan je niet eens weet dat je erin vastzit, zal worden doorbroken door een verschuiving in representatie. 126. Het exquisiete lijk. 127. Schaar, steen, papier. 128. Goede Porto 129. Goed bier. 130. Hoe te ontsnappen uit een doolhof. 131. QWERTY. 132. Angst. 133. Je weg vinden in Praag , Fez, Shanghai, Johannesburg, Kyoto, Rio, Mexico-Stad, Solo, Benares, Bangkok, Leningrad, Isfahan. 134. De juiste manier om met stagiairs om te gaan. 135. Maya, Revit, CATIA, wat dan ook. 136. De geschiedenis van grote machines, inclusief die welke kunnen vliegen. 137. Hoe ecologische voetafdrukken te berekenen. 138. Drie goede lunchplekken op loopafstand. 139. De waarde van menselijk leven. 140. Wie betaalt. 141. Wie profiteert. 142. Het Venturi-effect. 143. Hoe mensen plassen . 144. Wat te weigeren te doen, zelfs voor het geld. 145. De kleine lettertjes in het contract. 146. Een beetje scheepsbouwkunde. 147. Het idee van te ver. 148. Het idee van te dichtbij. 149. Begrafenisrituelen in een breed scala aan culturen. 150. De dichtheid die nodig is om een apotheek te ondersteunen. 151. De dichtheid die nodig is om een metro te ondersteunen. 152. Het effect van het ontwerp van je stad op voedselkilometers voor verse producten. 153. Lewis Mumford en Patrick Geddes. 154. Capability Brown, André Le Nôtre, Frederick Law Olmsted, Muso Soseki, Ji Cheng en Roberto Burle Marx. 155. Constructivisme, in en uit. 156. Sinan. 157. Krottenwijken via bezoeken en gesprekken met bewoners. 158. De geschiedenis en technieken van architecturale representatie door culturen heen. 159. Verschillende andere artistieke media. 160. Een beetje scheikunde en natuurkunde. 161. Geodesie. 162. Geodetiek. 163. Geomorfologie. 164. Geografie. 165. De wet van de Andes. 166. Cappadocië uit de eerste hand. 167. Het belang van de Amazone. 168. Hoe lekkages te dichten. 169. Wat jou gelukkig maakt. 170. De componenten van een comfortabele omgeving voor slaap. 171. Het uitzicht vanaf de Akropolis. 172. De weg naar Santa Fe. 173. De zeven wereldwonderen van de antieke wereld. 174. Waar te eten in Brooklyn. 175. Half zoveel als een Londense taxichauffeur. 176. Het Nolli-plan. 177. Het Cerdà-plan. 178. Het Haussmann-plan. 179. Hellinganalyse. 180. Donkerkamerprocedures en Photoshop. 181. De dageraad na een kater. 182. Stijlen van genealogie en taxonomie. 183. Betty Friedan. 184. Guy Debord. 185. Ant Farm. 186. Archigram. 187. Club Med. 188. Schemering in Dharamshala. 189. Vaste geometrie. 190. Sterktes van materialen (al is het alleen intuïtief). 191. Halong Bay. 192. Wat is bereikt in Medellín. 193. In Rio. 194. In Calcutta. 195. In Curitiba. 196. In Mumbai. 197. Wie oefent? (Het is jouw plicht om deze ruimte te beveiligen voor iedereen die dat wil.) 198. Waarom je denkt dat architectuur goed doet. 199. De afschrijvingscyclus. 200. Wat roest. 201. Goede modelbouwtechnieken in hout en karton. 202. Hoe een muziekinstrument te bespelen. 203. Welke kant de wind op waait. 204. De akoestische eigenschappen van bomen en struiken. 205. Hoe een huis tegen overstromingen te beschermen. 206. De connectie tussen de suprematisten en Zaha. 207. De connectie tussen Oscar Niemeyer en Zaha. 208. Waar noord (of zuid) is. 209. Hoe efficiënt en beleefd aanwijzingen te geven. 210. Stadtluft macht frei. 211. Onder het plaveisel het strand. 212. Onder het strand het plaveisel. 213. De kiemtheorie van ziekte. 214. Het belang van vitamine D. 215. Hoe dichtbij te dichtbij is. 216. De capaciteit van een bioswale om de aquifer te herladen. 217. De diepgang van veerboten. 218. Fietsenveiligheid en -etiquette. 219. Het verschil tussen gabions en riprap. 220. De akoestische prestaties van de Boston Symphony Hall. 221. Hoe je het raam opent. 222. De diameter van de aarde. 223. Het aantal liters water dat wordt gebruikt in een douche. 224. De afstand waarop je gezichten kunt herkennen. 225. Hoe en wanneer ambtenaren om te kopen (voor het grotere goed). 226. Betonafwerkingen. 227. Metselverbanden. 228. "De woningkwestie" door Friedrich Engels. 229. De prismatische charmes van Griekse eilandstadjes. 230. Het energierpotentieel van de wind. 231. Het koelingspotentieel van de wind, inclusief het gebruik van schoorstenen en het schachteffect. 232. Paestum. 233. Strobalenbouwtechnologie. 234. Rachel Carson. 235. Freud. 236. De excellentie van Michel de Klerk. 237. Van Alvar Aalto. 238. Van Lina Bo Bardi. 239. De niet-farmacologische componenten van een goede club. 240. Mesa Verde. 241. Chichen Itza. 242. Je buren. 243. De afmetingen en juiste oriëntatie van sportvelden. 244. Het remediërend vermogen van wetlands. 245. De capaciteit van wetlands om stormvloeden te dempen. 246. Hoe je een werkelijk elegante doorsnede maakt. 247. De diepten van verlangen. 248. De hoogten van dwaasheid. 249. Eb. 250. De gulden en zilveren snede ~ Ar. K imberly Wouters
- Gecrashte Grottekeningen op de Rotonde
Kunst is verweven met elk aspect van onze moderne maatschappijen over de hele wereld. Het is een universele voorwaarde voor het mens-zijn waarbij de benadering van het leven centraal staat. Architectuur is een vak dat stuurt en vorm geeft aan het beleven van dat dagelijks leven. In deze tijd van meervoudige crises kan kunstintegratie een nieuw perspectief bieden aan de zoektocht naar veerkrachtig design, zowel op ecologisch, economisch als sociaal vlak. Sinds de eerste grottekeningen is kunst revolutionair geweest. Volgens de architect Adolf Loos (1870-1933) opent kunst nieuwe wegen voor de mensheid. Hij merkt op dat kunst - in tegenstelling tot architectuur - een privéaangelegenheid is en geen verantwoording hoeft af te leggen. Is dit de reden waarom kunst vaak oppervlakkig wordt ingezet in onze publieke ruimten? Het is gemakkelijk en een politiek veilige optie om objectief een sculptuur op alle rotondes te plaatsen om zo op papier te voldoen aan een culturele agenda. Hierbij verwijs ik naar de dienstorder MOW/AWV/2013/8 door het agentschap Wegen en Verkeer op 8 mei 2013, dat als model fungeert van een concessieovereenkomst voor de inrichting van een rotonde met een kunstwerk. De inleiding is veelbelovend: "Vlaanderen heeft een sterke traditie op het vlak van kunst in de publieke ruimte. Onze steden worden onder meer bezocht omwille van het publieke onroerende kunstpatrimonium dat zich op straten en pleinen van grote en kleine steden bevindt." Dit klopt en waarom? Het kunstpatrimonium is het gevolg van een lange en soms woelige geschiedenis. De kunst vertelt verhalen, symboliseert de lokale helden en creëert verbinding. Dat is wat kunst immers doet: gebaseerd op toeschouwersparticipatie doet het nadenken over een inherente boodschap gelinkt aan de lokale context. Het is betekenisvol omdat er emoties aan zijn verbonden. Het is inherent reflectief en transformatief. Paradoxaal krijgt kunst in zijn intimiteit en private aard een publieke rol wanneer het kwalitatief gekaderd wordt binnen de publieke ruimte. De scheidslijn tussen kunst en architectuur bij verlenging is dus niet zo rechtlijnig als conservatieve visies doen geloven. Sleutelelementen in dit perspectief zijn toeschouwersparticipatie, het situationele en het activeren van emoties en verhalen met esthetiek. Als we verder lezen in de inleiding van de dienstorder staat: "Ook bij het vormgeven van de publieke ruimte van de 21ste eeuw hoort een bewuste reflectie op de artistieke potentie van nieuwe stedenbouwkundige gegevens zoals de rotonde." Het vormgeven van de publieke ruimte van de 21ste eeuw heeft inderdaad nood aan een bewuste reflectie op de artistieke potentie. Maar om dan te stellen dat dit gaat over nieuwe stedenbouwkundige gegevens en dan specifiek over rotondes is moeilijk. Publieke ruimte is per mijn definitie ruimte die gebruikt kan worden door iedereen: straten, pleinen, tuinen, publieke gebouwen zoals gemeentehuizen, cultuurcentra,... Het zijn de plekken waar je iedereen op elk gegeven moment kan tegenkomen. Het zijn de plekken waar je vanuit een sociologisch standpunt naartoe kunt gaan, eventueel gaan zitten en kijken naar alle voorbijgangers en hun activiteiten. Het is entertainment en gerelateerd aan ieders intiem verhaal en acties. Een rotonde is infrastructuur voor auto's en fietsers. Het is een eiland dat fysiek afgesloten is van de publieke ruimte: een niemandsland. Om dit een speerpunt te maken van artistieke reflectie op publieke ruimte van de 21ste eeuw is bijzonder triest. Verder omdat in de tekst vooral wordt gesproken over het functionele aspect "het kunstwerk wordt mee opgesomd als een mogelijkheid om de rotonde ‘minder gevaarlijk’ te maken". De tekst corrigeert zichzelf met "Maar een functioneel uitgangspunt kan niet het enige criterium zijn bij het opstarten van een artistiek proces. In eerste instantie zou de realisatie van een kunstwerk immers een culturele ambitie uit moeten dragen. Daarom is het vanuit het perspectief van de lokale overheid belangrijk te zoeken naar de noodzaak om de rotonde in te richten met een kunstwerk." In werkelijkheid gaat dit zijn doel voorbij. Kunst is contextgericht, sitespecifiek: het artificieel forceren van kunst op een niemandsland is vragen om inhoudsloze objecten die niets bijdragen aan de representatie van publieke ruimten in de 21ste eeuw noch aan de huidige cultuur of hedendaagse tendensen die zullen worden overgeleverd aan de volgende generaties. Het getuigt van een gebrek aan perspectief en langetermijnvisie. Ik wil zeker niet elk kunstwerk op elke rotonde veroordelen als betekenisloos en leeg, maar puur de gedachtegang in vraag stellen. Is het instellen van rotondekunst werkelijk representatief voor kunst in de publieke ruimte? Is er nagedacht over het situationele? Legt de kunst verbinding? Kan de kunst ooit behoren tot ons gewaardeerd patrimonium om de toekomstige generaties te verbinden met verhalen over ons leven nu? In welke mate is er toeschouwersparticipatie die verder gaat dan het markeren van specifieke referentiepunten op een weg zoals naamborden? Deze invulling van politieke culturewashed kunstintegratie op rotondes zal ons zeker geen bredere perspectieven bieden over de invulling van publieke ruimte en bij betrekking duurzame architectuur in het algemeen. Toch is kunstintegratie niet volledig afgeschreven. Kunst is oscillerend, intiem, gebaseerd op subjectiviteit en afhankelijk van de aanschouwer. Kunst, bekeken vanuit gebruikersparticipatie, kan de integratie met architectuur bewerkstelligen om hybride situaties te creëren die geschikt zijn voor onze 21ste-eeuwse samenleving. Architectuur, gezien vanuit het perspectief van Loos, kan kunst inzetten als kritiek op zichzelf en betekenis creëren in de reflectie over de ontstane relaties en onze maatschappelijke entiteit als geheel. Het is een spiegel die ons verbindt met een andere zijde van ons dagelijks leven en ons openstelt voor nieuwe mogelijkheden. Kunst kan ons losmaken van de obsessieve focus op beperkingen, vooral binnen het ecologische debat, waar wat we niet meer mogen een belemmering vormt voor innovatie. De sleutel ligt in integratie: waar gebruikersparticipatie bij kunst vooral belangrijk is voor betekenisgeving na de totstandkoming van het werk, ligt dit voor architectuur juist in het ontwerpproces voor de uiteindelijke conceptie van het werk. Om kwalitatieve architectuur te creëren vanuit een duurzame langetermijnvisie en een zekere continuïteit, moet kunst tijdens het ontwerpproces worden geïntegreerd. Alleen zo kunnen de behoeften van de gebruikers, bewoners, informele mede-ontwerpers, in overweging worden genomen. Architectuur moet vertrekken vanuit de mensen voor wie het ontwerpt. Een tweede voorwaarde en gevolg wanneer kunstintegratie op de juiste manier wordt uitgevoerd, is het situationele. Door kunst af te stemmen op zijn omgeving en esthetiek te gebruiken om de perceptie te verhogen, worden mensen zich meer bewust van hun omgeving. Een verhoogd bewustzijn leidt tot aangepast gedrag: leven in overeenstemming met de omgeving in plaats van onze eigen behoeften op te dringen met een kunstmatige en schadelijke context als gevolg. Vooral vanuit ecologisch perspectief is dit belangrijk. Terug naar de wortels van het boomhuis. Een van de lighthouse-projecten van het New European Bauhaus-initiatief voor onweerstaanbare circulariteit in Herlev, Kopenhagen richt zich op de ontwikkeling van openbare ruimtes met een identiteit door middel van kunstintegratie en verhalen. Madeleine Kate McGowan is de artistieke leider van ' A Place of Being' bij NXT en spreekt over dit project in de podcast Desire Academy. Een beschutting in de vorm van een glazen druppel is de plek waar de lokale tuinman/conciërge te vinden is. Hiermee willen ze onderzoeken wat we kennen: de oude conciërge die de functionaliteit van een gebouw bewaakt/verzorgt, nu vaak verdwenen door de anonieme corporatie/beveiligingsfirma. Dit personage wordt gemoderniseerd en is verantwoordelijk voor het verzorgen en faciliteren van onze relatie met de publieke ruimte en alles wat daarbij hoort. Aan de ene kant gaat dit over het aangaan van een relatie met de ruimte zelf, de materialiteit ervan, de texturen, de genius loci zelf, maar ook met al het andere leven: de biotoop. Verschillende kunstenaars nemen de rol van conciërge op zich en proberen mensen te betrekken met hun werken, performances en processen tijdens verschillende workshops. Niet alleen het eindresultaat telt, maar ook het proces. Door de architectuur van de glazen druppel als studio kun je het proces van de kunstenaar altijd volgen, inclusief alle mislukte pogingen. Een wezen van plaats waar kunstintegratie en architectuur streven naar een duurzame toekomst en een open houding. Conclusie: In deze tijd van meervoudige crises kan kunstintegratie een nieuw perspectief bieden aan de zoektocht naar veerkrachtig design, zowel op ecologisch, economisch als sociaal vlak? Ja, mits kritisch lokaal ontwerp vertrekkend vanuit informele benaderingen. Zoals Jane Jacobs het beschreef: Bottom-up design in plaats van top-down. We weten het, we moeten het alleen meer in de praktijk brengen, zoals het lighthouse-project in Kopenhagen. Kwalitatieve projecten beginnen vaak met visionaire ontwerpers, maar om dit algemeen toepasbaar te maken, is een herstructurering van de politieke visie nodig. Stop met het afvinken van lijstjes, kijk naar de nieuwe realiteit. Voor ontwerpers: verken nieuwe perspectieven en neem controle als experts, want onze overheid gaat het niet doen. ~ Kimberly Wouters, Architect. In besproken volgorde: Het dienstorder voor de rotondekunst is hier te vinden: https://wegenenverkeer.be/sites/default/files/uploads/documenten/MOW-AWV-2013-8.pdf Wil je meer weten over "The Desire Academy- Towards an irresistable circular society" kun je hier meer informatie terugvinden: Desire (irresistiblecircularsociety.eu) De Desire Podcast met de besproken aflevering is hier terug te vinden: PODCAST The Desire Academy - Desire (irresistiblecircularsociety.eu) Werken in de collage: Kapel van het Clarenhof in Hasselt door A2O architecten The droplet van the lighthouse project in Kopenhagen (Desire Academy/ New European Bauhaus) Rotondekunst in Maasmechelen Lapis Lazuli baksteen van Hans van Houwelingen in het Troubleyn in referentie naar de Vlaamse Primitieven Quote van het kunstwerk door Alberto Garutti in de foyer van het Troubleyn (amor fati). referentie naar de context van Limburg, specifiek het mijnverleden (R- Resilient design)
- Horizons of Experience II: stagehervorming anno 2024
Wat maakt een stage goed? Het is een kans om te leren en te groeien, zowel technisch, als mens, als ondernemer maar het huidige systeem schiet op verschillende vlakken tekort. In het eerste deel van de reeks "Horizons of Experience" deel ik mijn ervaring over mijn buitenlandse stage. In dit tweede deel hoop ik mijn getuigenis en inzichten om te zetten naar mogelijke oplossingen voor frustraties die zich gaandeweg hebben aangediend omtrent het stagesysteem met een insteek vanuit het buitenlands stage- aspect. Een stagehervorming dient zich aan. Vanuit de orde heb ik een terughoudendheid opgemerkt omtrent de Buitenlandse stage. Onder de overtuiging dat Belgische stagiairs hun stage in België moeten volbrengen om het Belgische werkveld te leren kennen- logisch- wordt het afgeraden om een gedeelte in het buitenland af te leggen. Dit gevoel wordt versterkt tijdens stage-events en door de moeilijkheden die sommige van mijn collega's hebben ervaren bij het aanvragen van hun buitenlandse stage. Door deze houding miskent de orde een schat aan kwaliteiten, kennis en perspectieven die onze Belgische architecten kunnen verrijken en innovatie kunnen stimuleren. Bovendien is deze houding problematisch, omdat de nieuwe generatie juist wordt aangemoedigd om over landsgrenzen heen te kijken en het internationale speelveld te verkennen, zowel vanuit academische hoek als door onze professionele rolmodellen. Architectuur is nu eenmaal een internationaal gegeven geworden. De discrepantie tussen de internationale stimulans en de stagevisie van de orde reduceert de stagiair tot slachtoffer van een nationale strijd op het internationaal slagveld. Als kanarievogels trekken we de landsgrenzen over, vertegenwoordigen we onze gerenommeerde Belgische architectuur om uitgebuit te worden als moderne slaven. De orde treft hier niet alleen schuld aan, maar vanuit zijn positie zou de orde meer autoriteit kunnen uitdragen die onze stagairs meer zou beschermen. De orde zou een voortrekkersrol kunnen spelen binnen Europa in het preventief beschermen van zijn stagairs. Dit vergt geen wettelijk kader: een aantal preventieve controlemechanismen is voldoende zoals een simpel videogesprek met de stagemeester over de inrichting van de stage zou al een grote stap vooruit zijn. Wanneer hier belletjes gaan rinkelen kan de orde altijd in gesprek gaan met de stagiaire of op eigen initiatief de stage weigeren. Deze maatregel kan perfect doorgetrokken worden naar onze Belgische stages. Het is niet omdat de orde meer bewegingsruimte en grip heeft over het architectenberoep binnen België dat alle Belgische stageplaatsen heilige boontjes zijn. De orde schijnt een logge organisatie te zijn die het ontbreekt aan innovatieve flow. We hebben nood aan een organisatie die meedenkt met de echte noden van onze jonge generatie architecten. Wij zijn immers de toekomst van ons nobel beroep. Ik hoop dan ook dat ik hier verkeerd in ben en de recente ontwikkelingen binnen de orde naar aanleiding van het stagedebat niet gewoon silencers zijn, maar wel degelijk kiemen van betere beroepsvoorwaarden. Hiermee doel ik op de oproep om stagairs en architecten jonger dan 30 te betrekken bij het uitzetten van het beleid en te laten meedenken over de nodige hervormingen. Als jonge stagiaire met een buitenlandse ervaring stel ik reeds een aantal makkelijk te implementeren kleine oplossingen voor wetende dat we in een grotere shift zitten en met diepgaandere problemen te kampen hebben (zie verder): De buitenlandse stage moet gelijkgesteld worden aan de Belgische stage binnen de stagecommissies. Een neutrale positie moet worden ingenomen: geen ontmoediging en steun vor de ambitieuze architecten die hiervoor kiezen. In de praktijk moet dit vertalen naar een aantal specifieke controlemechanismen die stages in het buitenland een soortgelijke bescherming bieden als de stagiaires in België. Eén of meerdere videocalls bij aanvang/ gedurende de stage. Zo komt de stagiair niet alleen, maar als vertegenwoordiger van Belgische architecten om te leren en dient als zodanig behandeld te worden. Dit biedt tevens een steun voor de stagiair om de moeilijke gesprekken aan te gaan. Stagiaires moeten niet gebabysit worden maar ook niet in een kansloze positie gebracht worden vanwege hun statuut. Er moet een publiek toegankelijke zwarte lijst komen van niet kwalitatieve stageplaatsen, zowel voor het binnen- als buitenland. Dit is een absolute noodzaak. De verplichting om de eerste 6 maanden van de stage op éénzelfde plaats te voltooien moet aangepast worden. Wanneer je net afgestudeerd bent, ben je het meest kwetsbaar. De kans is dan het grootst om op een slechte stageplaats terecht te komen. Door deze termijnsverplichting straf je de stagiair die eerder de stageplaats verlaat door het verlies van reeds gepresteerde maanden. Time is money zeker wanneer je inkomen afhangt van het aantal goedgekeurde stagemaanden. Zelfs al zit je op een slechte stageplaats, je leert nog altijd iets over jezelf en het beroep als architect. Een mogelijk alternatief om job-hopping te vermijden is de verplichting om 6 maanden op éénzelfde plaats te werken te laten gelden op eender welk moment in de 2-jarige stageperiode. Zijn deze maanden in het begin? Prima, zijn deze op het einde van de 2 jaar, ook prima! Wanneer de stagiair na 2 jaar geen 6 maanden achtereenvolgens op hetzelfde bureau heeft gewerkt, wordt de stage verlengd tot dit wel het geval is. Een hervorming van de voorwaarden voor de toekenning van de Erasmus+ beurs. Nu moet je deze volledig opnemen binnen het jaar van het afstuderen. Dit zou verlengd mogen worden tot de twee jaar van onze verplichte Belgische stage. Zo geef je stagiairs ademruimte om eerst praktische ervaring op te doen in hun vertrouwde Belgische omgeving om daarna, wanneer ze zich zekerder als praktiserend architect voelen, nieuwe perspectieven in het buitenland op te doen. Een deel van deze hervormingen spelen in op het legislatief kader van zowel België als Europa. Zeker op dat laatste heeft een organisatie als de orde geen vat. Wel kunnen we een voortrekkersrol spelen, onze nationale wetgevers tot hervorming aansturen en vanuit dat momentum over heel Europa de beweging voor kwalitatievere stages in gang zetten. Time for change met de New European Bauhaus. De strijd van Europa tegen onbetaalde stages is trouwens ook net begonnen. Op dat elan voeg ik graag nog iets heel kort toe over het veelbesproken topic: stagevergoedingen. Hoewel er al een verplichting tot vergoeding bestaat - hoe minimaal de barema's ook zijn - komt het toch vaak voor dat stagiairs bereid zijn om onder de barema's of zelfs zonder vergoeding te werken, puur omdat ze bij een bepaald bureau willen werken. Er lijkt voor mij ondanks de hetze rond het topic niet meteen een oplossing te zijn waar de orde als controle- orgaan en beheerder van stages iets aan kan doen. Het is aan ons allen om het heft in eigen handen te nemen. Er moet een verschuiving komen in de bouwcultuur. In de eerste plaats door een focus op ondernemerschap. Wat is goed ondernemerschap als architect? Hoe kan ik voldoende omzet draaien om mijn stagiairs een leefbaar loon te betalen? Het is niet onmogelijk; er zijn bureaus die het al doen. Vanuit de beroepsorganisaties of universiteiten kunnen er bepaalde cursussen worden gegeven omtrent ondernemerschap onder het mom van levenslang leren alsook een integratie in het huidige academisch curriculum. Zo kunnen toekomstige stagiaires de economische intelligentie verwerven om onbetaalde stages te weigeren. Hoe kan je immers bijleren als je mentaal meer bezig bent met het gebrek aan een leefbaar loon en dus overleven? In tweede instantie moet de verantwoordelijkheid ook bij de opdrachtgevers worden gelegd, met een bewustmaking van zowel private als publieke opdrachtgevers voor het prijskaartje van kwaliteit. En dat is iets waar de orde wel aan kan bijdragen. Als derde heeft de race to the bottom op het financiële aspect gevolgen voor de kwaliteit van de architectuur. De laatste keer dat ik mijn cursus bouwrecht checkte, was bouwen van openbare orde. Verminderde kwaliteit van bouwwerken is dus een inbreuk, wat het een legale kwestie maakt. Wake up lawmakers! Tijd voor hedendaagse interpretaties van gedateerde wetten, vooruitstrevende precedenten en nieuwe wetten voor nieuwe situaties. Aan mijn mede-architecten: we moeten niet met elkaar concurreren op basis van prijs; ons slagveld moet bestaan uit creativiteit, passie en vakmanschap. Of is dat slechts mijn jeugdige naïviteit die spreekt? In conclusie: Er is werk aan de winkel, zowel voor mezelf als voor onze sector. Ik ben er klaar voor, jij ook? ~ Kimberly Wouters, Architect. Meer dan woorden: Op 24/05/2024 heb ik officieel mijn kandidatuur ingediend bij de Provinciale raad Limburg als stagair- architect om mee te werken aan het uitzetten van een beleid dat meer ondersteunt en aftoetst aan de realiteit van het werkveld.
- Horizons of Experience: mijn internationale stage ervaring als Belgische architecte
Dit kortverhaal biedt een kijk op mijn internationale stage ervaring ervaring als Belgische architecte in het buitenland, een fase die gekenmerkt werd door uitdagingen, groei en reflectie. Als recent afgestudeerde was ik vastbesloten om mijn horizon te verbreden en verschillende perspectieven op het architectuurvak te verkennen. Mijn eerdere buitenlandse ervaring in Weimar, Duitsland, had me al voorbereid op de aanpassingen die nodig zijn bij werken in een nieuwe culturele en professionele omgeving, maar niets dat aanwezig was bij aanvang van de stage in mijn ervaring en omgeving had me kunnen voorbereiden op de complexiteit van mijn tijd in Portugal. In een tweede deel reflecteer ik dan ook op wat er beter kan in het hele stagesysteem, want er is wel degelijk nood aan verbetering. Waarom koos ik voor een buitenlandse stage? Mijn overtuiging is dat het verkennen van verschillende perspectieven essentieel is. Hoe we in België werken, is niet per se de enige of beste manier. Een stage biedt de kans om te leren en te experimenteren in het werkveld. Als architect streef ik naar een brede basis, een basis die flexibel en gevarieerd is. Ik wil niet vastzitten in de werkwijzen die gangbaar zijn in België, maar juist openstaan voor andere methoden en visies die mijn ontwerpen kunnen verrijken en mijn vaardigheden als architect flexibel en up- to- date houden. Na twee jaar ervaring bij een bureau in België, leek het me verstandig om direct na mijn afstuderen te verkennen wat het betekent om architect te zijn in het buitenland. De Erasmus-beurs die binnen het eerste jaar na afstuderen beschikbaar is, was zeker ook een stimulans. Hoe koos ik mijn bestemming? In eerste instantie was mijn keuze intuïtief en mede bepaald door openstaande opportuniteiten. Achteraf gezien realiseerde ik me dat ik op zoek was naar een plek waar ik veel kon leren. Ik zocht naar een locatie en cultuur die niet 1 op 1 hetzelfde was als mijn Belgische achtergrond, maar toch binnen een westers kader lag aangezien ik nog in de beginfase van mijn stage zat en mijn fundament wilde versterken. Ik koos voor Portugal. Hoewel het een land is met een meer ontspannen Zuid-Europese mentaliteit, bood het nog steeds een zekere mate van herkenbaarheid die aansloot met mijn achtergrond. Bij het kiezen van mijn stageplaats zelf heb ik bewust gezocht naar een bureau dat aansloot bij mijn interesses. Gezien mijn passie voor publieke projecten en erfgoed, kijkende naar mijn thesis, was het voor mij essentieel om een bureau te vinden dat zich hierop richtte. Daarom viel mijn keuze op Rosmaninho+ Azevedo Arquitectos in Porto, Portugal. Dit bureau specialiseert zich in erfgoed, publieke projecten- zij het niet op grootschalige schaal- en museale projecten. Met mijn achtergrond in kunst en scenografie leek dit de perfecte match voor mijn interesses en ambities. Bovendien bood deze ervaring mij een ideale start voor mijn verdere stage in België, waar ik hoopte terecht te kunnen bij een bureau dat werkt aan grotere publieke projecten. De ervaring In de praktijk bleek het leerproces complexer en genuanceerder dan verwacht. Een eerste uitdaging was de taalbarrière. Hoewel ik ervan overtuigd was dat alles in het Engels zou verlopen na het initiële sollicitatiegesprek, bleek dit niet het geval te zijn. Dit leidde tot extra uitdagingen bij het werken met documenten in een taal die ik niet beheerste en veroorzaakte aanvankelijk enige frustratie en extra vermoeidheid. Met de nodige flexibiliteit en doorzettingsvermogen leerde ik echter geleidelijk aan een basis van 'architectuur-Portugees' om effectiever te kunnen communiceren. Bij elke stage is communicatie essentieel. Als buitenlandse stagiair ben je grotendeels op jezelf aangewezen, met weinig tot geen ondersteuning van professionele organisaties zoals de orde van architecten. In mijn ervaring was er geen contact tussen de orde van architecten en mijn stageplaats om mijn stage te begeleiden of te controleren. Als buitenlandse stagiair maakt je dat extra kwetsbaar omdat jij de enige bent die je belangen verdedigt ondanks dat je in een lager statuut wordt gedwongen waar controle door een derde partij wordt geïmpliceerd maar in feite ontbreekt. Een voorbeeld van de gevolgen tijdens mijn stage was mijn ervaring met werfbezoeken. Hoewel ik sinds de start meermaals had aangegeven hoe belangrijk deze waren, verminderde de frequentie ervan reeds na 2 maanden. Uiteindelijk ben ik halfweg de stageperiode het gesprek aangegaan, mijn zorgen op tafel gegooid. Dit leidde tot een tijdelijke oplossing maar ik bleef kwetsbaar voor de situatie en was ik steeds vaker alleen in mijn uitdagingen letterlijk en figuurlijk. De stage bood zeker wel waardevolle leermomenten. Hoewel ik technisch gezien niet alle kennis opdeed die ik had verwacht, groeide ik wel als architect. De stage hielp me onder andere om mijn eigen identiteit als architect te ontwikkelen en leerde me om moeilijke gesprekken aan te gaan en beter beseffen wat ik wel nodig had om te kunnen groeien. Naar ondernemen toe, vaak een onderbelicht topic, heb ik een nieuw model leren kennen dat me bepaalde perspectieven heeft gegeven. Ik heb gezien hoe anders om te gaan met klanten in een kleinschalig bureau, het aangaan van slecht vergoedde competities met zijn gevolgen en het hebben van stagairs. Deze laatste is in de vorm van moderne uitbuiting door het niet vergoeden van stagairs en de morele verantwoording dat er een Erasmus+ beurs is dat het allemaal goed zou maken. In werkelijkheid weten we dat deze beurs amper de huur dekt. Dat deze gang van zaken samenhangt met de competitiecultuur en een bepaald type opdrachtgever lijkt me onbetwistbaar. Net zoals het de keuze van de architect is om samen te werken met dit type klant en het aangaan van deze competities voor een bepaalde reputatie in plaats van een correcte vergoeding. Wat maakt een stage goed? Tijdens de beste stage krijg je naar mijn mening de volgende drie zaken: Financiële compensatie die de stagair toelaat om naar de letter van de Belgische wet zijn beroep in alle waardigheid te kunnen uitoefenen. Met andere woorden voldoende ereloon zodat de stagair een zelfstandig bestaan kan voeren en niet geweigerd wordt door de nutsmaatschappijen om een contract af te sluiten wegens een 'te laag loon' wanneer hij of zij alleen wil gaan wonen. Kennis om op termijn het beroep van architect volledig zelfstandig te kunnen uitvoeren. Dit beslaat zowel technische, juridisch, sociale als economische kennis. Een stage bestaat per definitie om bij te leren, om te kunnen experimenteren en de grenzen af te tasten van het werkveld binnen een veilige en semi- gecontroleerde omgeving. Een stagair is er niet om dag in dag uit uitsluitend visualisaties of maquettes te maken. Wil jij als stagemeester de volgende generatie architecten van het toneel jagen met een Bore-out? The underdog: erkenning voor het geleverde werk. Niets onderdrukt passie en ambitie als het miskennen van het brein achter het ontwerp. Niets stimuleert een persoon als erkenning en waardering voor het gevoerde werk. De vermelding van de naam bij een klant, onder beelden op een website, tijdens een meeting met stakeholders,... Waardering is belangrijk. We zijn allemaal mensen, geen robots. Als senior architect en eigenaar van een bureau ben je trots om overal jouw naam/ brand te zien verschijnen, maar het angstvallig claimen van werk dat niet van jouw is schaadt meer dan alleen je reputatie wanneer het uitkomt. Natuurlijk is dit geen eenzijdig verhaal, als stagemeester moet je ook iets terugkrijgen. Stage is geen liefdadigheid. Als stagair geef je terug door kwalitatief ontwerpen te creëren, initiatief te nemen, passie en innovatie aan te brengen. In conclusie kan ik zeggen dat ik een veelbewogen eerste semester van mijn stage in het buitenland achter de rug heb. Het was een leerrijke stage op andere vlakken dan de paperpushers de vakjes afvinken. Een stage is een kans om te leren en te groeien, zowel technisch, als mens, als ondernemer maar het huidige systeem schiet op verschillende vlakken tekort. De orde van architecten is er om de bouwheer te beschermen. Door de belangen van stagiairs te behartigen en te zorgen voor een veilige en ondersteunende omgeving voor professionele groei creëren ze een klimaat waar kwalitatieve architecten uit voortkomen. Het is duidelijk dat er hervormingen nodig zijn om stagiairs beter te begeleiden en te beschermen tegen uitbuiting in het werkveld. Maar de orde is zeker niet de enige factor in dit schaakspel. In het tweede deel van deze reeks deel ik mijn bezorgdheden en vanuit mijn positie als stagair architect een aantal mogelijke oplossingen om de situatie van de nieuwe generatie architecten te verbeteren. ~ Kimberly Wouters, Architect. Info: Mijn buitenlandse stage heeft 6 maanden geduurd van 16 november 2023 tot en met 16 april 2024. Ik was werkzaam bij het bureau Rosmaninho+ Azevedo Arquitectos in Porto, Portugal.
- De Naakte Architectuur: het Paradoxaal triootje
"Alle goede architectuur moet liegen om de waarheid te vertellen": een filosofie van William J.R. Curtis geïnspireerd door het werk van Álvaro Siza. Van de interpretatieve uitdagingen van Piscinas das Marés tot de paradoxale aard van Siza's tekeningen, de breuk met historische conventies is leesbaar. Deze tekst biedt een weergave van de dynamische evolutie in het architecturaal denken. De naakte architectuur ontbloot. Het ontrafelt het symbiotische samenspel van context, tekeningen en tektoniek in de bredere hedendaagse architectuur vertrekkende vanuit het werk van Siza. Als we kijken naar het werk van Siza dan vertrekt elk project vanuit de omgeving. Vervolgens vloeit deze context uit in een specifieke architecturale wandeling die onderhandelt over plaatsen die insluiten en uitsluiten. Het is een gebalanceerde schikking van continuïteit en stilstaande momenten, omlijst door vergezichten. Ruimte wordt zo een spel van emoties. Siza heeft zich hiervoor laten inspireren door de Architect Adolf Loos. Meer specifiek zijn meesterschap in het sturen van de ogen en mentale ruimte. Loos' Villa Müller in Praag is een uitstekend voorbeeld waarbij de context ruimtelijk in relatie wordt gebracht met de promenade op verschillende niveaus. Toch is het begin van elk project moeilijk. Kwaliteit wordt niet gevonden in imitatie: architectuur kan alleen het bestaande transformeren. Dit is moeilijk omdat het inherent de confrontatie met de eigen existentiële realiteit met zich meebrengt. Het gevolg is tweeledig gezien het zowel van de architect als de gebruiker een interpretatie vergt. Het resultaat, en dus architectuur an sich is subjectief. Een voorbeeld is Piscinas das Marés in Matosinhos door Álvaro Siza. Het ontwerp balanceert op een horizontaal discours tussen de horizon en de rand van het zwembad. Het is een evenwichtsoefening tussen wat natuur is en wat kunstmatig is, waarbij het contrast de causaliteit tussen deze twee actoren benadrukt. Het bewijs van deze interpretatieve transformatie is te vinden in de daaruit voortvloeiende onvoorziene en verrijkende zintuiglijke kwaliteiten. In het geval van Piscinas das Marés zou men bijvoorbeeld kunnen kijken naar de harmonie tussen de golven van het zwembad en de golven van de oceaan, evenals de specifieke akoestische omgeving als gevolg van de configuratie tussen symmetrische geometrie en de organische rotsformatie als onomstotelijk bewijs van de architectuurkwaliteiten. Naar mijn overtuiging zijn deze verrijkende zintuiglijke aspecten, symptomen en retrospectief gezien voorwaarden van een kwalitatief project. Hier komt het tweede deel van het architecturale systeem in het spel: de tekening. Het geheel van tekeningen omvat de archeologie van een project. De eerste tekeningen bevatten de ruwe ideeën en interpretaties van de architect. Ze bieden de mogelijkheid om verschillende ideeën en concepten te testen. Vervolgens evolueren de tekeningen om elementen te ontwikkelen die niet onmiddellijk zichtbaar zijn maar bepalend zijn voor de creatie van ruimte: de bouwkundige knooppunten. Het detail dringt de ruimte binnen en voegt een dynamiek toe aan het project. De tekening is hier de vastleggende en mediërende actor tussen de interpretatie en de tektoniek van de architectuur. Toch is de tekening niet altijd een eenduidige vastlegging van de architectuur. Zo interpreteerde Siza de tekeningen van Villa Müller aanvankelijk als chaotisch. Het is slechts na een bezoek dat Siza de connectie tussen de tekening, de context en de tektoniek maakte. Het was de verwerkelijking van de papierarchitectuur die zijn eigen bestaan bekrachtigde. "All good architecture has to lie to tell the truth" ~ William J.R. Curtis Loos bepleitte in tweede instantie praktisch nut en de esthetische aantrekkingskracht van natuurlijke elementen in zijn ontwerpen, waarbij hij onnodige versieringen vermeed en een zuivere benadering van de tektoniek nastreefde. Het naleven van de inherente kracht en kwaliteiten van materialen stond centraal; hout moest niet gedwongen worden om te buigen, noch moest beton gedwongen worden om spanning na te bootsen. Het is naar mijn begrip dat Siza het eens was met deze opvattingen in zijn dialoog met Kenneth Frampton in Serralves, Porto op 20/11/2023. Toch lijken de gebouwde werken van Siza een paradox te presenteren. Terwijl hij in harmonie ontwerpt met deze principes, zijn de tekeningen bevrijd van materiële beperkingen. Siza streeft ernaar specifieke effecten te bereiken, voortvloeiende uit zijn subjectieve interpretatie van de context. Vaak vereist deze zoektocht het gebruik van materialen die afwijken van het fundamentele doel van het gebouw. Neem bijvoorbeeld het Centrum voor Hedendaagse Kunst in Santiago de Compostela, waar beton lijkt te 'zweven' en zich voordoet als staal, louter om de promenade ruimtelijk aan te geven. Deze paradoxale benadering van zijn dogma om architectuur te creëren waar de constructie schijnbaar moeiteloos is, resulteert in een verhoogde belangrijkheid van de tekeningen zelf binnen het spel van kunstzinnige constructie. Naar mijn mening onderscheidt Siza zich hiermee van zijn inspiratiebron Loos. Hij overstijgt de vooraf ingestelde grenzen van Loos vooral m.b.t. tektoniek en evolueert zijn architectuurpraktijk naar een proces met een meer oorspronkelijke rol voor de archeologie van het project. zo ontsluit Siza verhoogde niveaus van zintuiglijke architectuur. Het was echter slechts na het bijwonen van een recente lezing van Kenneth Frampton in Casa da Arquitectura over het werk van architect Paulo Mendes da Rocha dat ik een dieper begrip kreeg van deze concepten van Loos en Siza's overdracht ervan. Het werk van Da Rocha vormde een brug naar deze evolutie in paradigma, meer specifiek zijn project 'Casa Masetti'. Da Rocha voegt hier de tectoniek van de openingen in als een bepalende factor voor de verwezenlijking van de concepten door zeer fijne lichtgewicht veerbelaste ramen te gebruiken om deze naar buiten bewegende beweging te creëren, resulterend in een speelse dialectiek tussen de zware betonnen structuur, de weelderige tuin en het lichte staal. In tegenstelling tot Siza toont Da Rocha aan dat het tonen van tectoniek kwaliteiten genereert. Hij gebruikt de details om de architectuur een zekere panache te geven. Siza hecht ook veel waarde aan het bouwdetail, maar voor hem ligt de sleutel in het niet onthullen van de knooppunten om 'stille ruimtes' te genereren met behoudt van plasticiteit. In wezen definieert de synthese van context, tekeningen en tektoniek een dynamische driehoek van architectonische uitmuntendheid om te resulteren in een gebouwde omgeving die op een dieper zintuiglijk niveau werkt. Álvaro Siza's prestaties volgen hierbij een dialoog geïnspireerd door onder andere Adolf Loos, maar immers vertrekkende vanuit de (interpretatie van de) context. Het belicht een paradox waarin het vasthouden aan principes samengaat met een bevrijde verkenning. Siza's afwijking van conventionele materiële beperkingen benadrukt de cruciale rol van tekeningen in het ingewikkelde constructieproces en een verschuiving van traditionele architectuurnormen. Dit betoog vindt zijn bewijs en complexiteit in het werk van tijdsgenoten zoals Mendes Da Rocha waar het belang van de tektoniek primeert over de tekening. Het samenspel tussen het trio van elementen onderstreept voornamelijk een dynamische evolutie in het hedendaags architecturale discours. Wordt vervolgd. ~ Kimberly Wouters, Architect. Compilatie van gedachten na aanwezigheid van de volgende lezingen: Thouhts in space: Long-term lessons of Álvaro Siza By William J.R. Curtis on 15th of November 2023 at the Fondation Serralves in Porto, Portugal. Conferência de Kenneth Frampton sobre Mendes da Rocha para 6º aniversário da Casa da Arquitectura- Centro Português de Arquitectura on 18th of November 2023 at Casa da Arquitectura in Matosinhos, Portugal. Cycle of talks Naked Architecture: an evening with Kenneth Frampton and Àlvaro Siza on 20th of November at the Fondation Serralves in Porto, Portugal.







